Fiscale situatie in Luxemburg

Luxemburg biedt voor de hand liggende fiscale en sociale voordelen; hieronder geven we u graag een aantal voorbeelden daarvan:

Photo Impôts luxembourg

Socialezekerheidsbijdrage

Laatst bijgewerkt op 01/01/2013

  • Werknemersbijdrage : 12.45 %
  • Werkgeversbijdrage : 12.93 %


Daarbij komen nog de : 

  • de ongevallenverzekeringpremie tegen een uniek tarief van 1,15 %
  • de ziekenfondsbijdrage van de werkgevers die afhankelijk van de bijdragecategorie varieert van 0,62 % tot 2,38 %.
  • Die bijdragen vormen een patronale last.

Voornaamste belastingtarieven

De inkomstenbelasting van lichamen

Die bedraagt vanaf het aanslagjaar 2013:

  • 20 %, bij een belastbaar inkomen van maximaal € 15.000.-
  • 21 %, bij een belastbaar inkomen hoger dan € 15.000.-

Om het tewerkstellingsfonds te spijzen wordt de inkomstenbelasting van lichamen vermeerderd met 7%. Bedrijven betalen een minimumbelasting waarvan het bedrag wordt bepaald door het totaal van de laatst afgesloten balans.


Gemeentelijke bedrijfsbelasting

Het basistarief van de grondslag is wettelijk vastgelegd. Dat bedraagt 3 %.
De aldus verkregen belastinggrondslag wordt vervolgens vermenigvuldigd met het gemeentelijk tarief om de verschuldigde bedrijfsbelasting te bepalen. Het gemeentelijk tarief wordt door iedere gemeente volgens haar financiële behoeften vastgesteld.

De vermogensbelasting

De aanslagvoet bedraagt 0,5% met een forfaitair minimum van:

  • € 62,50  voor de SA (société anonyme - naamloze vennootschap), de SECA (société civile d'attribution - burgerlijke maatschap) en de SE (société européenne - Europese vennootschap) met een vermogen van minstens € 12.000
  • € 25 voor SARL (Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid), met een vermogen van minstens € 5000


Belasting op ontvangen dividenden

Kapitaalvennootschappen moeten hun bedrijfswinsten aangeven alvorens ze onder hun vennoten/aandeelhouders uit te keren, zodat ze kunnen worden onderworpen aan de inkomstenbelasting van lichamen Bij uitkering in de vorm van dividenden aan vennoten/aandeelhouders met verblijfplaats in Luxemburg, moeten ze:

  • een bronbelasting van 15 % afhouden;
  • vervolgens moeten ze de afhouding aangeven en overmaken aan de recete centrale de l'Administration des contributions directes (ACD) (centrale ontvangsten van de Administratie der Directe Belastingen) en dit binnen de 8 dagen vanaf de terbeschikkingstelling.

Die 15% bronbelasting vormt een voorschot op de door de begunstigde verschuldigde inkomstenbelasting.

De niet in Luxemburg gevestigde begunstigde, vennoot/aandeelhouder die de dividenden ontvangt, moet ze in principe aangeve bij de belastingadministratie van het land hij verblift.

Hanteerde de onderneming die het dividend uitkeert een hogere bronbelasting dan in het toepasselijke belastingverdrag depaald, dan kan de begunstigde het teveel van het ingehouden bedrag bij het Bestuur der directe belastingen terugvorderen. Onder bepaalde omstandigheden kan de niet in Luxemburg gevestigde belastingplichtige ervoor kiezen te worden gelijkgesteld aan een Luxemburgs fiscaal resident.


Belastingkorting voor investering

Investingen in handelsondernemingen, insdustriële ondernemingen, ondernemingen actief binnen de mijnbouw of ambachtelijke ondernemingen gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg kunnen op verzoek voor de inkomstenbelasting in aanmerking komen. Die korting bestaat uit 2 delen.

1. Aanvullende investering

De 1ste korting bedraagt 12% van de aanvullende investering in materiële afschrijfbare activa verschillend van gebouwen, de veestapel en minerale en fossiele afzettingen, tijdens het betreffende boekjaar van de operaties.

De aanvullende investering van een boekjaar is gelijk aan de waarde die bij de afsluiting van dat boekjaar werd toegekend aan de categorie van de beoogde goederen, verminderd met de referentiewaarde van diezelfde goederencategorie. Volgende goederen die tijdens het boekjaar werden verworven, worden echter niet in aanmerking genomen:

de goederen die kunnen worden afgeschreven over een periode van minder dan 3 jaar,
de goederen verworven door de integrale overdracht van een onderneming onder bezwarende titel,
de gebruikte goederen,
afzonderlijke goederen die om niet werden verworven,
bepaalde motorvoertuigen.

De aldus bepaalde investering moet worden vermeerderd met de afschrijving die op de in aanmerking komende goederen die tijdens het boekjaar werden verworven, werd toegepast. De referentiewaarde, die minimum 1.850 € bedraagt, wordt bepaald door het rekenkundig gemiddelde van de waarden die deze goederen op de respectieve afsluitdata van de 5 voorgaande boekjaren bereikte. De aldus berekende aanvullende investering mag de in aanmerking komende investering die tijdens het betreffende boekjaar werd verwezenlijkt niet overschrijden.

2. Globale investering

De 2de korting wordt toegekend voor de investering uitgevoerd in de loop van het exploitatiejaar.
Deze korting bedraagt:

7% (6% tot in 2010) voor de eerste schjf tot 150.000 € en 2% (3% voor 2011 en 2012, 2% tot in 2010) voor de investeringsschijf vanaf 150.000 € voor investeringen in materiële afschrijfbare activa verschillend van gebouwen, de levende veestapel en de minerale en fossiele afzettingen,
de investeringen in sanitaire installaties en centrale verwarming die deel uitmaken van hotelgebouwen en
investeringen in gebouwen met sociaal karakter;
8% voor de 1ste schijf tot en met 150.000 € en 4% voor de investeringsschijf vanaf 150.000 € voor investeringen in vaste activa erkend om te worden toegelaten tot de speciale afschrijving.

Zijn evenwel uitgesloten:

de goederen die normaal gezien kunnen worden afgeschreven over een periode van minder dan 3 jaar,
de goederen verworven door de integrale overdracht van een onderneming,
de gebruikte goederen,
bepaalde motorvoertuigen.

De gebruite goederen komen in aanmerking voor de belastingkorting voor investeringen tot 250.000 € als de belastingplichtige investeert in het kader van een 1ste vestiging.