Bij de Société de participations Financières kunnen handels- en financiële activiteiten binnen eenzelfde structuur naast elkaar bestaan. Terwijl de handelsactiviteiten onder de voorwaarden van het gemeen recht worden belast, zijn de financiële transacties (innen van dividenden, verwezenlijken van meerwaarde) onder bepaalde omstandigheden vrijgesteld van belastingen.

 

Voorwaarden om te genieten van belastingvrijstelling op de inning van dividenden of meerwaarden

De Voorwaarden voor de moedermaatschappij:

De zogenaamde SOPARFI-vennootschap moet een in Luxemburg residerende en volledig belastbare vennootschap zijn. Het  Soparfi-stelsel is eveneens van toepassing op stabiele Luxemburgse vestigingen van buitenlandse vennootschappen.

De voorwaarden die de dochteronderneming moet vervullen:

Het dient een substantiële participatie te betreffen: de participatie moet minstens 10 % vertegenwoordigen van het volledige kapitaal van de dochteronderneming of de prijs voor de verwerving van de participatie moet minstens  € 1.200.000 bedragen. - (respectievelijk € 6.000.000.- voor de vrijstelling van meerwaarden). Bestaat een participatie uit gelijkaardige effecten, maar werden die tegen verschillende prijzen gekocht, dan kan de verwervingsprijs worden berekend op basis van de methode van de gewogen gemiddelde prijs.

De participatie moet minstens twaalf maanden worden aangehouden, of de SOPARFI moet er zich toe verbinden de participatie gedurende minstens twaalf maanden aan te houden.

De dochteronderneming moet een volledig belastbare Luxemburgse kapitaalvennootschap of een  niet-Luxemburgse kapitaalvennootschap zijn die volledig belastbaar is tegen een belastingvoet gelijk aan die van de inkomstenbelasting van lichamen, of nog een vennootschap uit een lidstaat van de Europese Unie met zetel in Luxemburg

De participatie moet effectief zijn: een vennootschap met een vaststaande aankoopoptie is nog geen eigenaar, ook niet in de veronderstelling dat de vroegere houder die effecten in veilige bewaring aan een derde zou hebben gegeven. Het gewone vruchtgebruik op de effecten van de dochteronderneming volstaat doorgaans niet.

De effecten van het Soparfi-stelsel

De vrijstelling van belastingen op ontvangen dividenden:

De inkomsten die worden overgemaakt aan de aangehouden participaties (ontvangen dividenden) zijn binnen de moedermaatschappij van belastingen vrijgesteld (art. 166 LIR (Luxemburgs Wetboek op de Inkomstenbelastingen). Keert de belastingplichtige tijdens een boekjaar een dividend uit, dan vermindert de vrijstelling het belastbaar inkomen. Wordt het boekjaar daarentegen met verlies afgesloten dan vermeerdert de vrijstelling het fiscaal verlies van het boekjaar.

Het niet-belasten van de gerealiseerde meerwaarden;

De door Soparfi gerealiseerde meerwaarden zijn niet belastbaar (Groothertogelijk reglement van 21 december 2001 houdende uitvoering van artikel 166 lid 9 van het LIR)

De vrijstelling dekt alle verrichtingen aangaande de overdracht van eigendom, meer bepaald de verkoop, de inbreng en de ruil van effecten.

Wanneer een participatie door effectenruil wordt verworven, wordt enkel de meerwaarde die het overschot van de ruilwaarde vertegenwoordigt, vrijgesteld.

De effecten van het vrijstellingsregime op de aftrekbaarheid van uitgaven:

De exploitatiekosten die rechtstreeks verband houden met een vrijgestelde participatie kunnen integraal worden afgetrokken. De meerwaarden of de dividenden blijven ten belope van dat bedrag niettemin belastbaar.

De belasting van de handelsactiviteiten:

De handelsactiviteiten van de SOPARFI worden belast volgens de voorwaarden van gemeen recht.

De belasting van de dividenden uitgekeerd door een SOPARFI:

Op de dividenden uitgekeerd door een SOPARFI ten gunste van haar aandeelhouders kan een bronbelasting worden geheven (belastinginhouding) tegen een belastingvoet van 15% tenzij:

De uitkering  gebeurt ten gunste van een vennootschap met zetel in Luxemburg die volledig belastbaar is, of ten gunste van een vennootschap met zetel in Luxemburg uit een andere Lidstaat van de Europese Unie die zich ertoe verbindt meer dan 10% van het kapitaal (of participatie gelijk aan ten minste € 1.200.000) van de vennootschap aan te houden gedurende 12 maanden te rekenen vanaf de betaalbaarstelling van de dividenden;
Of tenzij deze niet overeenstemt met de uitkering van een liquidatiebonus;
Of nog dat deze dividenduitkering niet gebeurt ten gunste van een vennootschap die gevestigd is in een staat die een belastingverdrag sloot met het Groothertogdom Luxemburg (vermindering van de aanslagvoet bij inhouding)